Cookie Consent by TermsFeed

Budgetlijn

Een budgetlijn geeft alle verschillende productcombinaties die een persoon heeft weer. Het budget van deze persoon is beperkt en zorgt er voor dat hij een keuze moet maken hoeveel hij gaat kopen van de twee producten waar hij uit kan kiezen.

Formule

De budgetlijn kan in een formule weergegeven worden, deze formule ziet er als volgt uit:

budget = (prijs goed 1 × aantal goed 1) + (prijs goed 2 × aantal goed 2)

Voorbeeld

Je hebt een budget van €20,- te besteden, je kan er voor kiezen om patat te kopen voor €1,- per portie of om voor €2,- een milkshake te kopen. Dit betekent dat je maximaal 20 porties patat kan kopen of 10 milkshakes. Wanneer je deze keuzes in een grafiek zet, krijg je een budgetlijn.
Je kan elke productcombinatie kiezen die op deze lijn ligt, zo is het mogelijk om 10 porties patat te kopen wat €10,- en om 5 milkshakes te kopen voor de overgebleven €10,-.

De formule die bij dit voorbeeld hoort is:

€20,- = (€1,- × aantal porties patat) + (€2,- × aantal milkshakes)

Wanneer we de budgetlijn tekenen, ziet deze er als volgt uit:

Budget grafiek

Verandering van de budgetlijn

Er zijn twee dingen die kunnen veranderen bij een budgetlijn:

Verandering van het budget

Wanneer het budget veranderd kan je meer of minder van alle goederen kopen. Stel je voor dat in ons voorbeeld het budget stijgt van €20,- naar €30,-. Het is nu mogelijk om 30 porties patat te kopen of 15 milkshakes, de nieuwe budgetlijn ziet er als volgt uit:

Budget grafiek

Verandering van een prijs

Wanneer de prijs van een van de goederen veranderd, kan je van dit ene goed meer of minder kopen terwijl je van het andere goed nog steeds evenveel kan kopen. Wanneer in ons voorbeeld de prijs van Milkshakes stijgt van €2,- naar €2,50 kan je nog maar 8 milkshakes kopen en nog steeds maximaal 20 porties patat. De nieuwe budgetlijn ziet er als volgt uit:

Budget grafiek

Test jezelf vraag 1

Je hebt een budget van €40,- je kan hiervoor pennen kopen voor €1,- of schriften voor €4,-.

  1. Stel de vergelijking van de budgetlijn op.
  2. Teken de budgetlijn.

Antwoord

  1. €40,- = (€1,- × aantal pennen) + (€4,- × aantal schriften)
  2. Grafiek
  3. Budget grafiek

Test jezelf vraag 1 (vervolg)

Je budget gaat veranderen, in plaats van €40,- heb je nu €60 te besteden.

  1. Wat is de nieuwe vergelijking van de budgetlijn?
  2. Teken de nieuwe budgetlijn.

Antwoord

  1. €60,- = (€1,- × aantal pennen) + (€4,- × aantal schriften)
  2. Grafiek
  3. Budget grafiek

Test jezelf vraag 1 (vervolg)

Ga weer uit van het oorspronkelijke budget van €40,-. De prijs van pennen is gestegen, je betaald nu €2,- voor een pen. De prijs van schriften is gelijk gebleven.

  1. Wat is de nieuwe vergelijking van de budgetlijn?
  2. Teken de nieuwe budgetlijn.

Antwoord

  1. €40,- =(€2,- × aantal pennen) + (€4,- × aantal schriften)
  2. Grafiek
  3. Budget grafiek